Filosofisch lezen (2)

Gisteravond kwamen we in de Maasniel-groep te spreken over ‘lezen zonder te oordelen’. Het was bij de passage over besnijdenis en clitoridectomie. Ramose schrijft er kritiekloos over. Hij vertelt ons dat het hier om rituelen gaat die in de Afrikaanse cultuur cruciaal zijn om als kind opgenomen te worden in de gemeenschap. Het bloedoffer aan de ‘levende doden’ maakt van het kind, dat tot dat moment nog ‘het’ is, een persoon, dat wil zeggen lid van de gemeenschap. Zonder dit ritueel zou het kind geen persoon worden, geen lid van de gemeenschap. Het wordt opgenomen in zowel de gemeenschap der levenden als de gemeenschap der 'levende doden'.

Onze automatische reactie is afschuw, of op zijn minst onbegrip. In onze ‘culturele genen’ zit die afschuw evenzeer verankerd als de vanzelfsprekende waardering voor het ritueel in de Afrikaanse culturele genen (afgaande op Ramose).

Filosofisch lezend, is het de uitdaging je die rituele initiatie voor te stellen en je erin in te leven, zonder erover te oordelen. Pas dan ben je in staat Ramose en Ubuntu serieus te nemen. Deze filosofische distantie en dit filosofische begrip betekenen niet dat je, zodra je het boek weer hebt dichtgeslagen, ook instemt met die rituelen. Filosofische aandacht is een ontmoeting, een moment, waarin je respect en begrip opbrengt. Als je Ramose’s toelichting op de context en de redenen van besnijdenis en clitoridectomie op die manier filosofisch leest, heb je je in ieder geval verplaatst in die cultuur en recht gedaan aan wat hij ons te vertellen heeft.

Tenslotte, ook onze culturele waarden zijn slechts een verhaal, ook al zitten ze ‘in onze genen’. Vanuit een filosofisch (buiten-)standpunt gezien: waarom zou ons verhaal beter zijn dan het hunne? Nogmaals, deze relativering betekent niet dat wij niet in onze waarden zouden moeten geloven. Maar de relativering maakt ons standpunt wel minder absoluut. Gezien de koloniale en imperialistische geschiedenis van onze cultuur kan dat wellicht geen kwaad.

PS. In de traditie van de Westerse filosofie heet die filosofische onthouding van een oordeel met een Grieks woord ‘epochè’ (εποχή). Een eeuw geleden heeft Edmund Husserl deze techniek nieuw leven ingeblazen als ‘fenomenologische reductie’: een fenomeen waarnemen door alles wat je er reeds van vindt (of denkt te weten) even buiten haakjes te plaatsen, zodat je beter kunt waarnemen en meer recht kunt doen aan wat je waarneemt.
In de boeddhistische traditie is ditzelfde bekend als za-zen, zen-meditatie.