'Ik'

Een van de sleutelpassages in het boek van Ramose is:

‘Mens zijn is je menselijkheid bevestigen door de menselijkheid van anderen te erkennen, en op grond daarvan menselijke relaties met anderen aangaan.’ (P. 33)


Dit houdt verband met Ramose’s analyse van de ‘fragmentarische’ grammatica: onderwerp – gezegde – lijdend voorwerp. De ‘doener’ staat centraal en doet iets met een object. Subject, handeling en object zijn primair van elkaar gescheiden en worden door het subject, via zijn handeling, aan het subject ondergeschikt gemaakt. Het lijdt geen twijfel dat Ramose hier de grammatica van de Westerse talen – en daarmee de Westerse mentaliteit – bedoelt.

Hij heeft hier een punt; Buber had ons er al op gewezen (in zijn boek ‘Ik en Jij’).

De Westerse mens die zichzelf beschouwt als middelpunt van zijn handelingen is inderdaad een fenomeen dat in de klassieke Griekse tijd reeds verwoord is door de sofisten (‘de [individuele] mens is de maat van alle dingen’). En een van de dominante modellen van de hedendaagse Westerse mens is het Zelf dat aan zichzelf moet werken om zichzelf te worden.

De kritiek op dit zelfgenoegzame Zelf leidt makkelijk tot een eenzijdige afwijzing van het Westerse ‘project’ van individualisering. Laat ik voor mezelf spreken: ik zou niet terug willen naar een samenleving waarin je met handen en voeten, en met hoofd en hart, gebonden bent aan het gezin, de familie, de dorpsgemeenschap waarin je geboren bent. De burger die zich in de Verlichting bevrijdde van de vanzelfsprekendheid van ‘de traditie’, is mij lief. De mens die zich als individu (‘subject’) kon bevrijden uit die sociale banden en zelf de verantwoordelijkheid kon nemen om vorm aan zijn of haar leven te geven.

Maar inderdaad, het gevaar is het egocentrisme, een egocultuur. Het ‘op zichzelf teruggeworpen’ individu is echter in staat tot zelfreflectie. Buber’s boek is zo’n zelfreflectie: ik kan tegen mezelf vertellen dat, ‘als ik ik zeg, tegelijk ook jij zeg’, en omgekeerd, ‘als ik jij zeg tegelijk ook ik zeg’. Die wederkerigheid, dit denken over mezelf in relaties, is niet ‘ontologisch gegeven’ (‘objectief’), maar zal ik zelf bewust tot stand moeten brengen.

In die zin is Ramose’s boek over ubuntu voor mij een aansporing in de sfeer van de ‘semantische aura’ die mij bevalt en goed lijkt.