24 March 2019

Waarheid

Het is al vaker opgemerkt: Ramose schetst een eenzijdig beeld van de Westerse cultuur en de Westerse filosofie - wellicht om legitieme (politieke) redenen.
Dat hoeft mij er niet van te weerhouden, enige nuance aan te brengen in het beeld van wat 'Westerse filosofie' is. Sterker nog, in de postmoderne filosofie in het Westen zijn dingen gebeurt die verwant lijken te zijn met wat Ramose schetst als typisch Ubuntu.

Ook al laat Ramose zijn beweringen soms voorafgaan door “ik geloof, dat ...” en “ik denk, dat ...”, heb ik toch de sterke indruk dat hij zijn visie op Ubuntu aan ons presenteert als de waarheid van de universele (Ubuntu) en menselijke (Umuntu) werkelijkheid. Zo is de werkelijkheid. Voor hem correspondeert zijn verbale beeld van de werkelijkheid (‘Ubuntu’ genaamd) dus 1-op-1 met ‘de’ werkelijkheid. Dit Ubuntu-beeld is ‘meer waar’ dan ‘het’ Westerse beeld van de werkelijkheid, zoals hij dat schetst.

Onder post-moderne (Westerse) filosofen bestaat een ander idee van ‘waarheid’. Een bewering is niet waar omdat ze ‘correspondeert’ met ‘de’ werkelijkheid die ‘buiten’ de bewering ‘werkelijk’ bestaat. Die ‘correspondentie’ is zelf een bewering, die overigens met niets anders ‘correspondeert’ dan met de wil en pretentie van degene die haar uitspreekt, om ‘de waarheid’ te kennen.

Natuurlijk kunnen we in sommige gevallen spreken van correspondentie. Als we in een park lopen en ik zeg ‘Wat is dat een mooie boom’, dan zal ‘boom’ ongetwijfeld verwijzen naar (‘corresponderen met’) een boom die daar staat. Met ‘mooi’ wordt het al lastiger; ‘mooi’ is niet een eigenschap van de boom maar van mijn beleving en waardering van de boom (want jij vindt hem bijvoorbeeld helemaal niet mooi). Er is weliswaar een verband tussen de boom die daar staat en mijn woordje ‘mooi’, maar dit verband is niet een ‘correspondentie’ die mijn ‘mooi’ waar doet zijn. Anders gezegd: er vindt hier in dit park een relatie tussen de boom en mij plaats en in deze relatie gebeurt aan mijn kant van de relatie iets dat ik ‘mooie boom’ noem.
Iets dergelijks gebeurt iedere keer wanneer we betekenissen geven, waarden toekennen, verklaringen zoeken, e.d

Sterker nog: zo zijn wij mensen kennelijk aanwezig in de wereld, als deel van de wereld; wat wij voor ‘waar’ houden, dus als werkelijkheid, bestaat voor een belangrijk deel uit onze normatieve en interpreterende projecties. Ik kan niet anders dan deze boom mooi vinden, althans niet op dit moment op deze plek. Dit is de werkelijkheid nu in dit park. Zo is deze boom in dit park nu. Mijn ‘projecterende’ aanwezigheid hier nu in relatie tot deze boom creëert deze werkelijkheid. Het heeft geen zin om je af te vragen of mijn uitspraak ‘Wat is dat een mooie boom’ ook werkelijk met die boom correspondeert, dus ‘waar’ zou zijn in de zin van: die boom is werkelijk (‘objectief’) mooi.

Als wij met zijn vijven naar een muziekstuk luisteren, bestaat dat geluid werkelijk en dat geluid heeft ook echt een bepaalde structuur, maar tegelijkertijd gebeuren er in deze ruimte vijf verschillende werkelijkheden. Onze aanwezigheid in deze ruimte, waarin deze muziek te horen is, creëert vijf verschillende werkelijkheden (en misschien nog wel meer, als iemand niet eenduidig is in zijn beleving en waardering van deze muziek). De werkelijkheid van deze ruimte is dus gelaagd, veelduidig. Er bestaan meerdere en verschillende relaties tussen de oren in deze ruimte en dit geluid (‘muziek’). En ieder(s) luisteren heeft relaties met van alles: wat je van huis uit hebt meegekregen; met welke andere muziek je dit stuk associeert; in welke stemming je überhaupt al hier bent gekomen; wat jouw muzikale voorkeuren zijn; hoe je beïnvloed wordt door wat er in deze kamer gebeurt, zoals de belevingen van de anderen; etc.

Ieder van ons in dit park of in deze kamer creëert op dat moment zijn of haar eigen werkelijkheid. Hiermee is natuurlijk niet bedoeld dat het park of de kamer niet als materiële werkelijkheid zou bestaan, los van onze projecties. Wel is ermee bedoeld, dat we niet in het park of in de kamer aanwezig kunnen zijn zonder onze betekenissen en waarden en interpretaties en verklaringen te projecteren.

Dus het park en de kamer zijn tegelijkertijd ‘materieel’ dat wat ze van zichzelf zijn en onze verbeelding ervan. We kunnen niet zonder de verbeelding.

Fenomenologie - in de originele versie van Husserl - gaat hiervan uit maar probeert toch die verbeelding (de projecties) allereerst bewust te zijn en vervolgens zoveel mogelijk te beperken.

Gilles Deleuze en Félix Guattari zijn niet zozeer geïnteresseerd in de fenomenologische reductie, maar zijn zich wel bewust van het projecterende karakter van onze aanwezigheid in de wereld. In hun zogenaamd ‘nomadisch denken’ gaat het hen er juist om dat wij zelf voortdurend op zo’n manier werkelijkheden creëren. We creëren betekenissen en waarden (die dus niet ‘objectief’ zijn), leggen lijntjes tussen en met van alles, worden beïnvloed van buiten af, beïnvloeden zelf wat er buiten ons is. Er is geen ‘ik’ in de zin van een identiteit; er is geen ‘boom’ in de zin van een identiteit; er is geen ‘situatie’ in de zin van een objectieve werkelijkheid; etc. Voortdurend creëren we werkelijkheden - alleen en samen; willekeurig en onwillekeurig.

Fenomenologische reductie en transcendentie of socratisch ‘niet weten’ (of ‘even een stapje terugzetten’ of ‘even bidden als een valk’) zijn geïmpliceerd in het nomadisch denken. Je kunt alleen maar creatief zin in semantische projecties, als je beseft dat het (maar) projecties zijn, dus in die zin ‘willekeurig’, en dat je ze veranderen kan - ook al kun je niet zonder.

Westerse arrogantie?

Ik kan het boek van Ramose niet lezen zonder er ook kritisch naar te kijken. Is dat Westerse arrogantie? Of Eurocentrisme?

In tegenstelling tot Hummels probeer ik te begrijpen wat Ramose ons vertelt over ubuntu. Hummels heeft alleen maar kritiek en doet in zijn recensie geen enkele poging om vanuit Ramose’s positie (in het dekolonisatie-proces in Zuid-Afrika) te denken. Begrijpen en oordelen zijn twee verschillende denk-activiteiten. Hummels oordeelt alleen maar zonder enige poging tot begrijpen.

Als je probeert Ramose’s tekst over ubuntu te begrijpen, kun je proberen je in hem te verplaatsen - en daarmee in de situatie van iemand die in het dekoloniserende Zuid-Afrika op zoek is naar zoiets als ‘Afrikaanse identiteit’ als alternatief voor de hen eeuwenlang opgedrongen Westerse identiteit. Het valt niet mee om je je als Nederlander in zo’n positie te verplaatsen. Maar proberen kan geen kwaad. Het is een mooie filosofische (fenomenologische) gewoonte om ‘je (voor-)oordeel even uit te schakelen’ en je in hem te verdiepen. Zo lukt het wellicht om te begrijpen wat je leest - dus wat Ramose schrijft.

Maar begrijpen is niet hetzelfde als goedkeuren of instemmen. Ramose’s woorden zijn niet ‘meer waar’ of ‘moreel beter’ omdat ze uit de mond van een zwarte Afrikaan komen. Dat zou een vorm van (‘positief’) racisme zijn. In de beoordeling van wat Ramose schrijft, hoeven we onze eigen waarden niet te vergeten; we hoeven ons er ook niet voor te schamen omdat ze Westers zijn. Anders dan in het zwart-wit denken (letterlijk!) van Ramose, is de Westerse cultuur niet alleen globalistisch, kapitalistisch, fragmenterend, objectiverend, ‘verdingelijkend’, onmenselijk/zakelijk, e.d. We hebben ook andere tradities. Vanuit Westerse humane waarden Ramose’s boek beoordelen, is niet perse en niet in alle gevallen 'koloniaal'. Sterker nog, alleen door onze eigen waarden niet te vergeten, kunnen wij in dialoog gaan met bijvoorbeeld Ramose. En dan zal m.i. blijken, dat de verschillen tussen ubuntu en Westers niet zo absoluut is als Ramose ons wil doen geloven.