We leven in verhalen

Om te begrijpen wat Ramose zegt over de 'levenden-doden', is de passage over waarheid heel belangrijk:

'Mensen zijn niet gemaakt door de waarheid. Zij maken de waarheid zelf.' (P. 43)


Met 'mensen' is in de Ubuntu-context steeds bedoeld: de gemeenschap, niet de individuele mens op zich.

'Zo gezien is de waarheid iets waaraan men participeert en waar men interactief mee bezig is. Ze heeft te maken met actieve, voortdurende kritische waarneming die tot actie leidt. Als zodanig is ze niet absoluut, maar relatief.' (P. 43)


We leven in een werkelijkheid die op zich niet voor ons kenbaar is ('ubuntu'). Voor zover ze wel kenbaar is, is ze ons eigen verhaal ('umuntu'). We leven (in) onze eigen verhalen van de werkelijkheid.

Dit betekent dat ook de 'onzichtbare wezens' - de 'levenden-doden' en 'degenen die nog geboren moeten worden' (p. 44) - fenomenen in onze verhalen zijn. Ze bestaan 'echt' voorzover ze in onze verhalen bestaan.

Over het domein van de onzichtbare wezens 'kan alleen worden gesproken door de levenden. Het onbekende blijft aan de kant van de levenden onbekend. Maar men gelooft erin, en op grond van dat geloof heeft het een rechtstreekse invloed op het leven van de levenden.' (P. 44)


Men gelooft erin ...

Het geloof in de 'levenden-doden' is zinvol voor de gemeenschap. De overledenen horen erbij omdat ze de wortels zijn waarop de levenden staan.' (P. 70)
De nauwe relatie tussen de levenden en hun voorouders ...

'... duurt voort zolang de voorouder voortleven in de herinnering van de levenden.' (P. 71)


De 'levenden-doden' waren ooit deel van de gemeenschap en blijven deel uitmaken van de gemeenschap voorzover en zolang ze door de levenden herinnerd worden. Ze zijn 'metafysische' werkelijkheid (p. 45), een verhaal dat als ritueel gepraktiseerd wordt en als zodanig zin heeft.