De geest van Ubuntu & Heidegger's geest

Meteen al in het eerste hoofdstuk van Ramose’s boek valt me op dat ik soms wat Westerse filosofie meen te bespeuren in wat hij als typisch Ubuntu kenschetst.

Misschien is het verschil tussen Europese en Afrikaanse filosofie niet zo absoluut? Misschien zijn er zowel grote verschillen als ook overeenkomsten? Of is Ramose’s filosofisch taalgebruik sterk beïnvloed door de hedendaagse Europese filosofie en denkt hij (deels) ‘Europees’?

Waar zijn er in hoofdstuk 1 zulke sporen?

Hij zegt dat “Ubu- als ‘omhuld zijn’ altijd gericht is op ontvouwing, dat wil zeggen onophoudelijke, voortdurende, concrete manifestatie door bepaalde vormen en wijzen van zijn.” (p. 31). Het ‘omhulde zijn’, dat ‘zich manifesteert’ doet mij sterk denken aan Heidegger’s idee van het Zijn dat ‘zich verbergt’ en ‘zich “ont-bergt”‘, manifesteert. Zoals in de Ubuntu-filosofie, volgens Ramose, het ‘omhulde zijn’ concreet wordt in het spreken en de werken (instituties etc.) van de mens, zo ‘ont-bergt’ het Zijn zich volgens Heidegger in het denken van de mens. (Hij bedoelt dan het ‘eigenlijke’ denken, niet het alledaagse denken.)

Tegelijkertijd is er wellicht ook een belangrijk verschil tussen Ramose’s ‘omhulde zijn’ dat zich manifesteert en Heidegger’s Zijn. Ramose spreekt heel nadrukkelijk van ‘het wordende zijn’. Het scherpe onderscheid tussen worden en zijn noemt hij (terecht) typisch Westers. Daarom probeert hij een term vinden waarin die tegenstelling er niet is: wordend zijn. Heidegger’s Zijn is daarentegen statisch, niet wordend; slechts de manifestatie (‘ontbergen’) en verhulling (‘verbergen’) zijn dynamisch, historisch.